spelenderwijs
zingen en spelen met je kleine kind
Vertel eens vlinder

Vertel eens vlinder,
vertel eens vlinder
waar kom je vandaan? 
Vertel eens vlinder,
vertel eens vlinder, 
iets van jouw bestaan.
Ik was een rupsje,
ik was een rupsje, 
ik zat op een blad,
ik was een rupsje,
ik was een rupsje, 
ik at er maar wat. 


Ik was een rupsje,
ik was een rupsje, 
ik spon en ik spon,
ik was een rupsje,
ik was een rupsje,
ik spon een cocon.

Het was een huisje,
het was een huisje, 
zo zacht als satijn,
het was een huisje,
het was een huisje, 
ik sliep er zo fijn. 


En toen de zon scheen,
en toen de zon scheen,
toen merkte ik pas,
dat ik een vlinder,
dat ik een vlinder,
een vlindertje was .

En ik kon vliegen,
en ik kon vliegen, 
wat'k vroeger niet kon.
En ik kon vliegen,
en ik kon vliegen,
ik vloog naar de zon.

Dag kleine vlinder,
dag kleine vlinder,
vlieg maar naar de zon.
Dag kleine vlinder,
dag kleine vlinder,
vlieg maar naar de zon.


Zoem, de bij vliegt naar de bloem

Zoem, zoem, zoem,
de bij vliegt naar de bloem,
hij komt wat honing vragen,
om naar zijn korf te dragen.
Zoemmmmm, Zoemmmmm……


Het slakje

Het slakje komt traag aangezet
van sjokke sjok, het gaat maar net,
Hij kijkt voorzichtig is het wel pluis?
Hij draagt zijn slakken, slakkenhuis.
Langzaam van hier naar daar,
Want het is lood, loodzwaar.



Liedje om te dansen

In de takken, en de bladeren,
In mijn rokje, en mijn haren,
overal waar wind kan komen,
danst de wind.
En ik heb twee blote voeten,
die van blijdschap dansen moeten,
overal waar ik een plekje
om te dansen vind.



Hansje pansje kevertje

Hansje pansje kevertje klom eens op een hek,
neer viel de regen, die spoelde hansje weg.
Op kwam de zon, die maakte alles droog,
Hansje pansje kevertje, die klom toen weer omhoog.


Drie kleine kleutertjes

Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek,
boven op een hek.
Drie kleine kleutertjes, die zaten op een hek,
op een mooie zonnige dag in september.

Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek,
boven op dat hek?
Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek,
op een mooie zonnige dag in september?

't Was over krekeltjes en korenbloemen blauw,
Korenbloemen blauw.
't Was over krekeltjes en korenbloemen blauw.
Op een mooie zonnige dag in september.


‘K moest dwalen

‘K moest dwalen, ‘k moest dwalen,
langs bergen en langs dalen,
daar kwam een kleine springer in het veld,
hij zwaaide met zijn hoed,
hij stampte met zijn voet,
kom laten wij nu dansen gaan, dansen gaan,
en de andere moeten blijven staan.





Paardenbloem

Geef toch kleine paardenbloem,
je pluisjes aan de wind.
Ik hoop dat ieder zaadje straks,
een aardig plekje vindt.
En dat op al die plekjes, 
nieuwe plantjes zullen groeien,
en overal hier om ons heen,
weer gele bloemen bloeien.
En dat die bloemen later,
aan het einde van hun leven,
hun pluisjes -net als jij-,
weer aan de wind mee zullen geven.


Twee vlindertjes

Twee vlindertjes kwamen gevlogen,
zij streken op bloemetjes neer.
De wind heeft ze meegenomen,
nu zijn er geen vlindertjes meer.


Versje en spelletje spinnetje

Een spinnetje, een spinnetje,
die zocht naar een vriendinnetje.
Ze zocht eens hier, ze zocht eens daar,
ze vindt daar niks, dat is raar!

Een spinnetje, een spinnetje,
die zocht naar een vriendinnetje.
Ze zocht eens hier, ze zocht eens daar,
ze vindt daar niks, dat is raar!

Twee spinnetjes, twee spinnetjes,
die zochten een vriendinnetje.
Ze zochten hier, ze zochten daar,
en toen vonden ze elkaar.

Twee spinnetjes, twee spinnetjes,
die werden toen vriendinnetjes,
ze speelden hier, ze speelden daar,
en bleven altijd bij elkaar!


Slaap als een roos

Slaap als een reus,
slaap als een roos,
slaap als een reus van een roos.
Reuzeke, rozeke,
zoetekoeks dozeke.
Doe de deur dicht van de doos…
Ik slaap.


Kleine Katrijntje

Kleine Katrijntje zat midden in het gras,
Ze had een bordje en een lepeltje,
waar lekkere pap in was.
Toen kwam er een spin,
die viel er midden in.
Kleine Katrijntje, die huilde van verdriet,
die spinnenpap, die spinnenpap,
die lust Katrijntje niet.


Zat een klein zigeunermeisje

Zat een klein zigeunermeisje,huilend op een steen.
Huilend, huilend, helemaal alleen.
Sta op meisje lief, en droog je traantjes af,
Kies een kindje uit de kring, dat met je dansen mag.


Blauwe bloemen in het veld

Blauwe bloemen in het veld,
zijn zo mooi als zilvergeld.
Blauwe bloemen kransen,
de juffrouw die moet dansen,
de juffrouw die moet stillen staan,
driemaal in de rondte gaan,
de juffrouw die moet knielen,
en weer een ander kiezen.
Dat zal zijn, dat zal zijn,
Dat zal onze ….(naam kind) zijn.


Vedeldi vedeldei

Vedeldi vedeldei, buiten in de bloemenwei,
houdt de bedelman bruiloft,
al wat lispelt en ritselt en kwispelt,
is ter hoogtij gevaren.

Wipt het muizeke, tript het luizeke,
huisjesslakje is tamboer,
dansen het miertje met kever en piertje
heel de weide is dansvloer.

Vedeldi veldeldei, bromvlieg en honingbij,
dansen met mug en libelle.
Zie je ze zwaaien en zwieren plezieren,
hoor je ze zoemen en brommen.

Wipt het muizeke, tript het luizeke,
Huisjesslakje is tamboer,
Dansen het miertje met kever en piertje,
heel de weide is dansvloer



peuterspeelzaal dagopvang spelenderwijs nieuws groen wonderboom