spelenderwijs
zingen en spelen met je kleine kind
Maria die zoude naar Bethlehem gaan

Maria die zoude naar Bethlehem gaan,
kerstavond voor de noenen.
Sint Jozef zou al met haar gaan,
om haar gezelschap te hoeden.

Het hagelde, en het sneeuwde
en het was er zo koud,
De rijm lag op de daken.
En Jozef tot Maria sprak:
Maria wat zullen wij maken.

Maria die zeide ik ben er zo moe,
laat ons een weinig rusten.
Laat ons een weinig verder gaan,
in een huizeken zullen wij rusten.


Zij waren een weinig verder gegaan,
tot aan een boeren schure.
’T is daar dat heer Jezus geboren werd,
daar sloten zich vensters noch deuren.



Het staldeurtje kraakte

Het staldeurtje kraakte, de os loeide zacht,
toen Jozef ontwaakte, was het kindje gebracht.

Het had haartjes als zijden, een mondje zo fijn,
er straalde om zijn een hoofdje een heldere schijn.
We noemen hem Jezus, heeft Jozef gezegd,
zacht heeft hij het Maria in de armen gelegd.

Wie loopt daar op ’t paadje en klopt daar nu aan?
’t zijn herders, die zwijgend voor het staldeurtje staan.
Dan klinken hun stemmen: ‘de heer zij geloofd!’
Zij nemen eerbiedig de muts van het hoofd.


Klein klein Jezuke

Klein, klein Jezuke
hebt gij zulke kou?
Kom in ons harteke wonen,
en maak u daar een schouw.

We zullen een vuurtje stoken,
we zullen een pappeke koken,
en neemt uw liefste moedertje mee,
dan zijn wij al tevree.


De herdertjes lagen bij nachte

De herdertjes lagen bij nachte,
ze lagen bij nacht in 't veld,
ze hielden vol trouwe de wachte,
ze hadden hun schaapjes geteld.
Daar hoorden zij engelen zingen,
hun liederen vloeiend en klaar,
de herders naar Bethlehem gingen,
't liep tegen 't nieuwe jaar.


Hoe leit dit kindeken

Hoe leit dit kindeken, hier in de kou,
ziet eens hoe alle zijn ledekens beven,
ziet eens hoe dat het weent, en krijt van kou.
Nananananana kindeken teer,
ei zwijg toch stil sus-sus en krijt niet meer.



Midden in de winternacht

Midden in de winternacht, ging de hemel open,
die ons heil der wereld bracht, antwoord op ons hopen. 

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet,
laat de citers slaan, blaas de fluiten aan,
laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren!

Vrede was er overal, wilde dieren kwamen,
bij de schapen in de stal, en zij speelden samen.


Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet,
laat de citers slaan, blaas de fluiten aan,
laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren!

Ondanks koude sneeuw en ijs bloeien de bomen,
Want het aardse paradijs is vannacht gekomen.

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet,
laat de citers slaan, blaas de fluiten aan,
laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren!


Zie reeds staat de morgenster, stralend in het duister,
want de dag is niet meer ver, bode van zijn luister.

Die nu weldra op zal gaan, herders blaast uw fluiten aan,
laat de bel bim-bam, laat de trom rom-bom,
laat de bel, laat de trom, laat de bel-trom horen,
Christus is geboren!

peuterspeelzaal dagopvang spelenderwijs nieuws groen wonderboom